Method

Copyright © 2014 All Rights Reserved

Marcel Wijnen

 

Tekeningen, schilderijen

Technique - Method Translation will soon be added

Imprimituur

 

De imprimituur of imprimatura is een eerste laag in het schilderij die vooral bedoeld is om een middentoon als uitgangspunt te hebben van waaruit je naar licht en donker kunt werken.

Na de gronding (welke deze ook is) kun je over het hele paneel of doek een toon aanbrengen in neutrale tinten die de waarde van je halftonen vertegenwoordigt.

Hiermee rekening houdend werd in vroeger tijden de grondlaag al in een imprimituurtoon opgebracht en dit is inderdaad ook wel de meest praktische manier.

Zoals ik bij m’n materialenbeschrijving al aangaf heb ik in verschillende perioden een ander palet en deels andere materialen gebruikt. Maar wat de imprimituur betreft heb ik altijd hetzelfde gedaan. Of het nu een koelgrijze toon is of een die je maakt uit cobalt blauw met ruwe siena, deze neutrale middentoon is wat mij betreft altijd weer verkozen boven een hinderlijk witte laag om op te werken.

Je kunt desnoods de tekening in verf wel op een witte grondlaag zetten, waarna je de imprimituur daar overheen zet, maar je kunt ook op de imprimituur beginnen en van daaruit verder gaan. In het eerste geval heb je iets meer correctiemogelijkheid maar veel meer is dat niet.

 

Toonschildering

 

De toonschildering is een logisch gevolg na een imprimituur. Het voordeel van op deze manier je werk in stappen verdelen is dat je ieder aspect afzonderlijk en behoorlijk geïsoleerd van de andere aspecten kunt uitwerken.

Zo kun je rustig zorgen voor een nauwkeurige tekening, waarna in de fase van de toonschildering vooral het licht en donker op hun plek worden gezet, zonder al te veel afgeleid te worden door het kleurgebruik, dat in een volgend stadium aan de beurt is.

 

Het afschilderen

 

Dit is de fase waarin je naar mijn mening eigenlijk zo spontaan mogelijk en met resolute hand alle delen dient te schilderen alsof je een alla prima-schilderij aan het maken bent. Ik vind niks zo saai als verf die aarzelend is opgebracht, in dunne, twijfelende laagjes. Verf heeft een fysiekheid van zichzelf die je kunt benutten, door alle contrasten die het mogelijk maakt, tegen elkaar uit te spelen.

Zo zet je lichten pasteus op, schaduwen houd je dun. Vaak zo dun dat je de streperige imprimituur er doorheen kunt zien. Ik vind de overgangen tussen schaduwen en lichten belangrijk, als een gevoelig schemergebied waar wel degelijk iets gebeurt.

Ik waardeer de stillevenschilders van deze decennia, die bovenstaande fasen zowat in één zitting combineren, alla prima dus. Daardoor blijft de verf heel fris en spontaan. Het zijn allemaal keuzes, er bestaat natuurlijk niet zoiets als “de” manier.

 

naar Gerard Terborch